Draadlokalisatie

Draadlokalisatie

Als de afwijkingen op de foto en/of de echo niet voelbaar zijn, moet deze voorafgaand aan de operatie gemerkt worden. De chirurg heeft namelijk een voelbaar of zichtbaar oriëntatiepunt nodig om de afwijking te vinden en zoveel mogelijk borstsparend te opereren.

 

De draadlokalisatie (of mammatumorlokalisatie) vindt plaats in de ochtend of middag voor de operatie op de afdeling Radiologie en duurt ongeveer 30 minuten.

 

De radioloog zoekt door middel van echografie of mammografie de afwijking op. Daarna prikt zij/hij met een dunne holle naald in de borst totdat de punt van de naald in de afwijking zit. In de holle naald bevindt zich een dun draadje dat achterblijft als de holle naald verwijderd wordt.

Aan het uiteinde van het draadje zit een weerhaakje zodat het draadje goed op zijn plaats blijft zitten. Het uiteinde dat uit de borst steekt, wordt met een pleister vastgeplakt.

 

Het prikken is niet geheel pijnloos. Er wordt niet altijd een verdoving gegeven omdat men dan nog een prik krijgt en de verdoving alleen goed in de huid werkt. Ook kan de radioloog door de verdoving de dunne naald soms niet goed meer zien. De meeste vrouwen vinden de pijn van de lokalisatie erg meevallen.

 

Na het plaatsen van de lokalisatiedraad worden twee foto’s van de borst genomen. Deze foto’s gebruikt de chirurg om de afwijking te vinden. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg de afwijking en het draadje.

Van het verwijderde borstweefsel wordt een foto gemaakt om te kijken of de afwijking voldoende ruim verwijderd is.

 

Informatie Meander Medisch Centrum

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.